Opleiden in school

Inleiding

Binnen de Academische Opleidingsschool PO Noord Nederland wordt samengewerkt tussen de zes schoolbesturen voor Openbaar onderwijs, de PA van de Hanzehogeschool Groningen, de AOLB (academische opleiding leraar basisonderwijs) en de RUG  als onderzoeksinstelling. 

Binnen dit samenwerkingsverband wordt door de samenwerkingspartners gewerkt aan een gezamenlijk doel, namelijk: het realiseren van de academische opleidingsschool. Elke samenwerkingspartner levert vanuit haar eigen motivatie en achtergrond een bijdrage.


Achtergrond

De belangrijkste reden voor deze samenwerking is kwaliteitsverbetering van het onderwijs, door continue te werken aan borging en verbetering van het vakmanschap van de leerkracht, een goede schoolorganisatie en een goede samenwerking met opleidings- en onderzoeksinstituten. Ons uitgangspunt is dat elk bestuur, elke school en elke leerkracht het beste onderwijs voor leerlingen moetl realiseren. Om dat doel te bereiken zal er aan diverse voorwaarden voldaan moeten worden, niet alleen materieel maar ook immaterieel. Het menselijk kapitaal: de professionaliteit van het personeel, is van essentieel belang als we het hebben over de kwaliteit van het onderwijs. Immers zij zetten hun professionaliteit elke schooldag weer in om elk kind passend onderwijs te geven.

De maatschappelijke ontwikkelingen gaan snel en vragen van het onderwijs dat het kinderen begeleidt in hun ontwikkeling. Kennis moet steeds vernieuwd en aangepast worden. Kinderen moeten competenties ontwikkelen waarmee ze een passende plaats kunnen innemen in een samenleving die voortdurend verandert. Dat vraagt om een leven lang leren.

In het verlengde hiervan wordt van onderwijsgevenden gevraagd dat ze passend onderwijs bieden, gericht op de individuele leerbehoeften van de kinderen die ze begeleiden. De leervraag van het kind is hierbij (in veel gevallen) uitgangspunt. Die leervraag bepaalt (deels) het onderwijs. Het onderwijsaanbod wordt niet langer alleen gestuurd vanuit de leerstof. Deze werkwijze stelt hoge eisen aan de flexibiliteit en de competenties van de onderwijsgevenden. Het vakmanschap van alle medewerkers in het onderwijs moet dan ook afgestemd worden op deze ontwikkelingen. Uitgangspunt daarbij is dat hoe groter het professionele repertoire van de leerkracht des te beter (Passend) onderwijs voor alle leerlingen gerealiseerd kan worden.

 Werken aan vakmanschap houdt in dat iedereen door onderzoekend te handelen continue werkt aan de verbetering van de eigen competenties: onderwijsdidactisch, pedagogisch, vakinhoudelijk en de andere SBL-competenties. Op macroniveau wordt o.a. door het bestuur beleid gemaakt, op mesoniveau vertaalt de individuele school dit voor zijn eigen organisatie en op microniveau wordt dit door de leerkrachten in hun klas concreet vormgegeven.

De lerende organisatie omvat dit continue proces van leren van elkaar en met elkaar.

Het primair proces: de leervragen van kinderen en het secundair proces (mensen en middelen) beïnvloeden elkaar voortdurend. Integraal personeelsbeleid en het onderwijsinhoudelijk beleid vormen dan ook samen de basis voor een lerende organisatie.


De academische basisschool

In een academische basisschool (als onderdeel van de academische opleidingsschool) vindt er vervlechting plaats van:

  • het opleiden en ontwikkelen van aankomend, instromend en  zittend personeel; 
  • praktijkgericht onderzoek;
  • wetenschappelijk onderzoek als basis voor schoolontwikkeling.

Hierdoor wordt kennis ontwikkeld en gedeeld. Niet alleen onder de leerkrachten en de leiding van de school maar ook daarbuiten. Een academische basisschool is een lerende organisatie: iedereen leert met, door en van elkaar: studenten van alle opleidingsjaren, onderzoekers, leerkrachten, directie, opleidingsdocenten en in- en externe begeleiders.


Beleidsvorming

Om de resultatenvan de Academische Opleidingsschool te borgen en voort te zetten in de toekomst is er beleid ontwikkeld  door de betrokken partners. Dit beleid is vertaald  in concrete activiteiten en afspraken binnen de scholen en instellingen.

Onderdelen van het beleid zijn:

1. De samenwerking tussen de schoolbesturen en de PA met betrekking tot het opleiden van studenten: deze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid ligt vast in een eigen opleidingstraject voor academische studenten. In dit beleid zijn de volgende onderdelen opgenomen:

  • begeleiding en beoordeling van studenten;
  • de professionalisering van collega’s en begeleiders op school;
  • professionalisering van stage- en studieloopbaanbegeleiders in het begeleiden en opleiden van studenten;
  • het curriculumvan destudent die de leerroute academische basisschool kiest.

Van deacademische student wordt verwacht dat:

  • deze meer dan de reguliere student interesse heeft in het doen van onderzoek gekoppeld aan de eigen competentieontwikkeling;
  • interesse heeft in kennisnemen van wetenschappelijk onderzoek;
  • (meer) belangstelling heeft voor het leren op de werkplek.

De mate van samenwerking tussen de betrokken besturen/scholen en de PA kan aangeduid worden als het partnermodel.(Zie model onderwijsraad van Deinum).

2. De samenwerking tussen de schoolbesturen en de onderzoeksinstelling (en de PA) bij onderzoeksactiviteiten, zoals:

  • het uitvoeren van praktijkgericht onderzoek door de leerkrachten, door opleidingsstudenten en door universitaire studenten;
  • het professionaliserenvan deleerkrachten, studenten en opleidingsdocenten in het doen van praktijkgericht onderzoek;
  • het begeleiden van studenten en collega-leerkrachten bij het doen van dat onderzoek.

3. Het personeelsbeleid van elk schoolbestuur en de betrokken instellingen. Hierin zijn opgenomen:

  • aspecten met betrekking tot professionalisering;
  • bekwaamheidsdossiers (in bestaande en te verweven competenties van het personeel);
  • cyclus van functionerings- en beoordelingsgesprekken in relatie tot persoonlijke ontwikkelingsplannen;
  • taakdifferentiatie;
  • mobiliteit;
  • seniorenbeleid;
  • instroom, doorstroom en uitstroom van medewerkers;
  • beloningsdifferentiatie;
  • doorgroeimogelijkheden.

4. De schoolontwikkeling. Elk bestuur en elke school heeft een eigen ontwikkelagenda, waarin per jaar veranderonderwerpen beschreven worden. Binnen de academische scholen zullen deze onderwerpen gekoppeld worden aan:

  • de opleiding van studenten;
  • praktijkgerichte onderzoeken door lio-ers;
  • praktijkgericht onderzoek door groepjes van leerkrachten;
  • de activiteiten van universitaire onderzoeksinstellingen;
  • het Lectoraat van de PA.

In overleg met de andere partners: de onderzoeksinstelling en de  lerarenopleiding worden de ontwikkelthema’s ter hand genomen en worden zij geconcretiseerd. Ook de professionalisering van het team of een deel van de teamleden wordt hieraan gekoppeld.

  

Voordelen van de academische opleidingsschool

Voor schoolbesturen en collega scholen biedt de academische opleidingsschool een groot aantal voordelen:

  •  kennisontwikkeling binnen een lerende omgeving, in nauwe samenwerking met instellingen binnen en buiten het onderwijs;
  • een broedplaats voor schoolontwikkeling, waar onderwijsvernieuwingen uitgeprobeerd en onderzocht kunnen worden (laboratoriumsetting), die later ook op de andere  scholen kunnen worden ingevoerd;
  • kennisontwikkeling over opleidingsarrangementen gerelateerd aan onderzoekend leren en schoolontwikkeling;
  • een voorbeeld voor andere scholen van een leergemeenschap, waar door taakdifferentiatie en compententie-ontwikkeling medewerkers ontwikkelkansen krijgen en blijvend uitgedaagd worden in hun onderwijsbaan.

 Ook voor de pedagogische academie biedt de (academische) opleidingsschool voordelen, zoals:

  • een opleidingsvariant die geschikt is voor bepaalde categorieën studenten. De variant leidt op tot deskundige, creatieve en toegewijde leerkrachten die op hun school in staat zijn om hun ambities te realiseren;
  • kennisontwikkeling en kennisdeling op verschillende terreinen: opleiden in school, onderzoekend leren van leerlingen, schoolorganisatie, professionalisering van zittende leerkrachten
  • een samenwerking met het werkveld, waardoor wederzijds leren gestalte krijgt, het opleidingscurriculum meer aangepast kan worden op de toekomstige werkomgeving van de student en gebruik gemaakt kan worden van ieders sterkte bij de opleiding van de studenten;
  • een onderzoeksomgeving, waarin studenten en hun begeleiders, praktijkgericht onderzoek kunnen doen, aansluitend op de leervragenvan de studenten en gekoppeld aan de resultaten van wetenschappelijk onderzoek;
  • een koppeling met met het Lectoraat van de PA, integraal jeugdbeleid, biedt vele mogelijkheden tot onderzoek en kennisverwerving op dit terrein.

Tenslotte zijn er ook voordelen te noemen voor de betrokken onderzoeksinstelling, zoals: praktijkrelevantie van de onderzoeksonderwerpen, vertaling van resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar het werkveld, beschikbaarheid van een laboratorium-omgeving en welwillende deelname van leerkrachten aan wetenschappelijk onderzoek.

Een academische opleidingsschool vraagt in beginsel meer personele en materiële inzet. Er zullen daarom op bestuursniveau en tussen de partners structurele afspraken over het verdelen en inzetten van menskracht, activiteiten en middelen gemaakt moeten worden. Op basis van een jaarlijkse evaluatie zullen de afspraken bijgesteld worden. Daarnaast brengt de ontwikkeling naar een academische school een cultuurverandering met zich mee waarin de leerkracht niet meer alleen gezien wordt als kennis- en kunde-leverancier, maar ook als ontwikkelaar, onderzoeker en begeleider. Dit stelt eisen aan de opstelling van het bestuur en de schoolleiding en vraagt ook om een andere schoolorganisatie waarbinnen nieuwe afspraken ten aanzien van taken en verantwoordelijkheden worden gemaakt. Dit heeft natuurlijk ook consequenties voor de inzet van personeel en middelen. Op de betrokken scholen is deze fundamentele verandering al voor een groot deel onomkeerbaar in gang gezet. Dit proces zal de komende jaren in deze richting doorgezet worden.

De partners in het samenwerkingsverband Academische Opleidingsschool PO Noord-Nederland zijn enthousiast en gemotiveerd om de uitstekende samenwerking voort te zetten en uit te bouwen. Zij zijn ervan overtuigd dat de ingeslagen weg leidt tot een verbetering van de kwaliteit van het primaire onderwijsproces.