Taken en Rollen

Taakomschrijving betrokkenen binnen de academische opleidingsschool

De verschillende taken, die benoemd worden bij de diverse rollen, kunnen uitgevoerd worden door dezelfde personen. Zo kan een coördinator academische basisschool ook de taken uitvoeren die horen bij de rol van kartrekker onderzoek. Belangrijk is dat de diverse taken worden opgepakt en toegekend worden aan teamleden binnen de school. Het functiebouwwerk van de school laten we vooralsnog in tact.

Het gaat om de volgende rollen:
1. Coach begeleiding in de klas (basisschool)
2. Coach onderzoek (basisschool)
3. Opleider in school (oplis)
4. Coördinator Academische Basisschool
5. Kartrekker onderwijsinnovatie (basisschool)
6. Kartrekker onderzoek (basisschool)
7. Stagebegeleider (PA)
8. Studieloopbaanbegeleider (PA)
9. Directeur (basisschool)
10. Het team van de academische basisschool
11. De onderwijsbegeleider (extern)
12. Student
13. Begeleider vanuit de onderzoeksinstelling
14. Begeleider onderzoek vanuit de PA
15. Onderzoeker vanuit de onderzoeksinstelling

1. Coach begeleiding in de klas (basisschool)
De coach begeleiding is direct betrokken bij de dagelijkse gang van zaken m.b.t. het functioneren van de student.
Taken voorafgaande aan de stageperiode

  •  maakt de student wegwijs in de klas en stemt wederzijdse verwachtingen af m.b.t. 
  •  stageperiode;
  •  maakt de student wegwijs in de cultuur van de klas;
  •  overlegt met de oplisser over de periode waarin de stagiair komt en welk leerjaar het betreft;
  •  brengt de student op de hoogte van de, voor hem, relevante aspecten van het reilen en 
  •  zeilen van de organisatie;
  •  overlegt met andere coaches binnen de school, intervisie;
  •  leest de PA doorkijk en het stagehandboek door;
  •  is op de hoogte van de verschillende projecten die de studenten eerste en tweedejaars op de 
  •  stageschool uitvoeren in het kader van opleiden in school op de academische basisschool;
  •  brengt ouders op de hoogte brengen van de LIO stagiair en zijn taken;
  •  volgt de coachcursus en eventuele verdere scholing i.v.m. coachtaak (opgenomen in het POP en portfolio van de coach);
  •  stemt verwachtingen t.a.v. deze competentie af.

 


Taken tijdens de stageperiode

  • begeleidt de stagiair in de klas;
  • begeleidt de stagiair bij het uitvoeren van de diverse projecten;
  • maakt afspraken n.a.v. het plan van aanpak;
  • houdt de vinger aan de pols: staan alle organisatorische zaken in het plan van aanpak;
  • is 1e aanspreekpunt m.b.t. de leerlingen, de leerstof, stageactiviteiten, vragen, problemen;
  • is aanwezig bij de lessen die de stagiair geeft;
  • maakt tijd vrij om student feedback te geven;
  • geeft feedback op de reflectie van de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van
  • de uitgevoerde activiteiten;
  • ondersteunt de stagiair in het uitbouwen van de sterke punten en het wegwerken van zwakke punten;
  • begeleidt de student in competentiegericht leren;
  • spreekt het stageverslag door met de stagiair;
  • heeft contact over de stagiair met de oplisser;
  • spreekt de beoordeling door met de stagiair (eventueel in bijzijn van de oplisser);
  • is 1e aanspreekpunt t.a.v. externe contacten in relatie tot de student.


Taken na de stageperiode evaluatie/beoordeling

  • spreekt het definitieve stageverslag door met de stagiair, laat de stagiair reflecteren en geeft feedback;
  • leest het stageverslag en checkt via een lijst of alle onderdelen aanwezig zijn;
  • beoordeelt de stageperiode van de stagiair in overleg met de oplisser;
  • spreekt de beoordeling door met de stagiair eventueel in bijzijn van de oplisser;
  • bij problemen contact met de stagebegeleider over de stagiair (eventueel na overleg met de oplisser);
  • bij problemen contact met de stagebegeleider en de oplisser (en de stagiair) over de stagiair.


Competenties

  • kan goed communiceren;
  • kan een helpend/coachend gesprek voeren;
  • stimuleert de student tot zelfreflectie;
  • stimuleert de student tot pro-actief gedrag;
  • is flexibel/ kan improviseren;
  • kan vertrouwen geven;
  • is in staat tot en bereid om voorbeeldlessen te geven;
  • kan afstand nemen van zijn eigen concepten en zich verplaatsen in leerstrategieën van anderen;
  • kan relativeren; kan constructieve feedback geven.


2. Coach onderzoek (basisschool)

De coach onderzoek begeleidt de student alleen op het gebied van (het doen van) onderzoek. Coach onderzoek kan idem coach begeleiding zijn, dit hoeft echter niet!
Het gaat om het opzetten, uitvoeren en verslaglegging van onderzoek m.b.t. een relevant thema binnen school.


Taken tijdens de onderzoeksperiode

  • maakt de student wegwijs in de school en stemt wederzijdse verwachtingen af m.b. t. de onderzoeksperiode;
  • brengt de student op de hoogte van de, voor hem, relevante aspecten van het reilen en zeilen van de organisatie;
  • overlegt met andere coaches binnen de school, intervisie;
  • leest de PA doorkijk door;
  • brengt ouders op de hoogte van de LIO stagiair en zijn taken;
  • volgt de coachcursus en eventuele verdere scholing i.v.m. coachtaak (opgenomen in het POP en portfolio van de coach);
  • stemt verwachtingen t.a.v. deze competentie af;
  • begeleidt de stagiair in het doen van onderzoek;
  • stemt onderzoeksactiviteiten af, wat doet de student, wat doet de coach zelf, of andere collega’s;
  • maakt afspraken n.a.v. het plan van aanpak;
  • houdt de vinger aan de pols: staan alle organisatorische zaken in het plan van aanpak 
  • is 1e aanspreekpunt m.b. t. de leerlingen, de onderzoeksactiviteiten, vragen, problemen;
  • maakt tijd vrij om student feedback te geven;
  • geeft feedback op de reflectie van de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de uitgevoerde activiteiten;
  • ondersteunt de stagiair in het uitbouwen van de sterke punten en het wegwerken van zwakke punten;
  • spreekt het onderzoeksverslag door met de student;
  • heeft contact over de stagiair met de oplisser;
  • spreekt de beoordeling door met de stagiair (eventueel in bijzijn van de oplisser);
  • is 1e aanspreekpunt t.a.v. externe contacten in relatie tot de student.


Taken na de onderzoeksperiode evaluatie/beoordeling

  • spreekt het definitieve onderzoeksverslag door met de stagiair, laat de stagiair reflecteren en geeft feedback;
  • leest het onderzoeksverslag en checkt via een lijst of alle onderdelen aanwezig zijn;
  • beoordeelt de onderzoeksperiode van de stagiair in overleg met de oplisser;
  • spreekt de beoordeling door met de stagiair eventueel in bijzijn van de oplisser;
  • neemt bij problemen contact op met de begeleider onderzoek vanuit de PA over de stagiair (eventueel na overleg met de oplisser).

Competenties:

  • kan goed communiceren;
  • kan vertrouwen geven;
  • kan zelf onderzoek binnen de school opzetten en uitvoeren;
  • kan constructieve feedback geven;
  • stimuleert de student tot zelfreflectie;
  • stimuleert de student tot pro-actief gedrag;
  • kan een helpend gesprek voeren: het stellen van de juiste vragen in relatie tot de fase van het onderzoek.


3. Opleider in de school (oplisser)

De oplisser is de coach van de coaches op de school. De oplisser is de verbindende factor tussen PA, student en basisschool. In principe is er geen begeleiding van de oplisser naar de student, dat is de taak van de coach.

  • A. Algemene begeleiding van alle studenten
    • introductie studenten (per leerjaar en profilerende fase) 
         - kennismaking met de opleider in de school en coaches
         - rondleiding
         - vervolgafspraken maken
    • schoolspecifieke regels/afspraken doorspreken; uitspreken van wederzijdse verwachtingen;
    • “kijkje in de klas” door oplisser (of andere coach met oplisvaardigheden) als de student les geeft, dan wel “meekijken” door oplisser als de student bezig is met het onderzoek;
    • evalueert met student en coach;
    • gesprek met de student met daarin o.a. toelichting op:
         - plan van aanpak student
         - doelen en opdrachten
        - medebeoordeling producten en stage/onderzoek door coach en oplisser;
    • voortgang bewaken van studenten door per periode een voortgangsgesprek te houden met de student en/of de coach;
    • verlenen van extra begeleiding aan studenten (buiten de coach), indien noodzakelijk;
    • is eindverantwoordelijke voor de begeleiding van alle studenten op de school.
  • B. Medebeoordeling van producten van studenten die stage lopen (geen ontwikkeltaak)
    • Stage/onderzoeksverslag: oplisser heeft een controlerende rol naar de coach op invullen van de checklist en beoordelen van de stage/onderzoek.
  • C. Begeleiding student met een ontwikkelopdracht/onderzoeksopdracht/projecten
    • coördineert aanbod naar de PA en afstemming binnen de school;
    • fungeert als aanspreekpunt voor de student met de ontwikkeltaak bij algemene vragen en moeilijkheden/onduidelijkheden (niet over de specifieke ontwikkeltaak);
    • fungeert als aanspreekpunt voor de leerkracht die de ontwikkeltaak begeleidt bij algemene vragen en moeilijkheden/onduidelijkheden (niet over de specifieke ontwikkeltaak).
  • D. Begeleiding LIO-student
    • intervisie met lio-studenten (ong. 1x per 5 weken)
  • E. Begeleiding van de coaches
    • fungeert als aanspreekpunt voor de coaches;
    • voert gesprekken met de coaches over de gang van zaken zoals functioneren van de studenten, de coachcursus en inhoudelijke zaken t.a.v. werkplekleren;
    • heeft intervisie met coaches (minimaal 2x per cursusjaar). De oplisser dient hiervoor opgeleid te worden.
    F. Organisatie van de plaatsing
    • werft en selecteert studenten uit de profilerende fase (ontwikkeltaak en/of LIO) en TOP 2-studenten;
    • voert wervende gesprekken met allerlei studenten;
    • plaatst studenten (afstemmen met PA en de coaches);
    • maakt een jaarplanning ten aanzien van opname van studenten. De oplisser zorgt voor een evenredige verdeling van studenten vanuit verschillende leerjaren over de groepen in de school volgens de norm die door de Programmaraad is vastgesteld;
    • maakt bezoek- en gespreksrooster voor de (mogelijke) momenten en gesprekken tussen:
        - stagebegeleider-oplisser,
        - stagebegeleider-coach-student
        - coach-student-oplisser,
        - student-oplisser.
  • G. Kwaliteitsbeleid
    • leest vooraf stageboeken PA 1,2,3,4 en TOP 1 en 2;
    • overlegt over deskundigheidsbevordering (cursus OPLIS, intervisie, overleg andere opleiders in de school etc.);
    • evalueert jaarlijks, aan het eind van het cursusjaar, (mondeling/schriftelijk) de stageperioden met oplissers, PA en bestuur n.a.v. van te voren opgestelde criteria;
    • neemt relevante literatuur door die nodig is om deze rol goed te kunnen vervullen;
    • houdt administratie bij;
    • legt dossiers aan;
    • brengt tijdens teamvergaderingen de stage/samenwerking PA ter sprake;
    • overlegt met de directie van de school over werkplekleren;
    • draagt zorg voor borging van de kwaliteit van werkplekleren op de school in overleg met de directie.
  • H. Inhoudelijke en organisatorische afstemming tussen academische basisschool en PA
    • heeft regelmatig contact (1x per periode=4 x per jaar) met de stagebegeleider /begeleider onderzoek van dePA over o.a. de studenten;
    • kan gebruik maken van de help-desk van de PA in de vorm van mail en telefonisch contact;
    • overlegt eventueel met de coördinator werkplekleren van de PA;
    • overlegt met en informeert de directie over de stand van zaken, competenties van collega’s en andere belangrijke zaken omtrent werkplekleren;
    • heeft zitting in de WAC (werkveldadviescommissie).


Competenties

  • heeft inzicht in het opzetten van een persoonlijk ontwikkelingsplan en een portfolio;
  • beschikt over adequate observatietechnieken;
  • kan goed communiceren;
  • kan vertrouwen geven;
  • beschikt over elementaire gespreksvaardigheden en vraagtechnieken;
  • kan goed samenvatten en doordringen tot de essentie van de zaak;
  • kan afstand nemen van zijn eigen concepten en zich verplaatsen in leerstrategieën van anderen;
  • kan relativeren;
  • kan constructieve feedback geven;
  • heeft inzicht in het leren en de leerstijlen van volwassenen;
  • kan omgaan met moderne begeleidingsmiddelen, zoals leren met behulp van video-opnames;
  • weet de normen en waarden en de identiteit van de school op de juiste manier ter sprake te brengen en te laten ervaren;
  • is in staat tot en bereid om voorbeeldlessen te geven;
  • heeft zicht op het verwerven van competenties gericht op de brede inzetbaarheid van onderwijsassistenten/lesgevers;
  • is getraind in het stimuleren van lerenden.
  • is getraind in de ondersteuning van het POP en een opleidingstraject.
  • kan een helpend gesprek voeren;
  • stimuleert de student tot zelfreflectie (indien er inhoud gegeven wordt de optionele taak ‘het organiseren van intervisie);
  • stimuleert de student tot pro-actief gedrag (indien er inhoud gegeven wordt de optionele taak ‘het organiseren van intervisie); 
  •  heeft inzicht in de competenties van coaches en onderneemt daarop actie om dit te 
  • verbeteren.


4. Coördinator Academische basisschool

Taken

  • overlegt met de andere coördinatoren over de voortgang en stemt activiteiten gezamenlijk met hen af;
  • overlegt binnen de school met betrokkenen, zoals directie, oplisser, coaches, leerkrachten en studenten over de voortgang inhoudelijk en organisatorisch;
  • stelt per periode het projectplan op en stelt het zo nodig bij. Het projectplan wordt met alle betrokkenen gecommuniceerd;
  • neemt relevante literatuur door, die nodig is om deze rol goed te kunnen vervullen;
  • verzamelt de tijdsbesteding van de betrokkenen;
  • stuurt inhoudelijk en organisatorisch bij, indien er een te grote afwijking van het projectplan plaats vindt;
  • leidt inhoudelijk en organisatorisch de invulling van de academische basisschool (de directie is eindverantwoordelijke);
  • overlegt in bredere kringen (landelijk) over de ontwikkelactiviteiten van de eigen academische basisschool;
  • stemt af over inzet en voortgang met de externe partners, zoals de opleiding, de onderzoeksinstelling en de onderwijsbegeleidingsdienst;
  •  coördineert kennisdeling en bezoeken in het kader van de academische school;
  • communiceert met interne en externe betrokkenen, waardoor de academische basisschool zich borgt in de schoolactiviteiten.


Competenties:

  • heeft inzicht in het opzetten van een projectplan;
  • kan goed mondeling en schriftelijk communiceren;
  • kan vertrouwen geven;
  • beschikt over elementaire gespreksvaardigheden en vraagtechnieken;
  • kan goed samenvatten en doordringen tot de essentie van de zaak;
  • kan afstand nemen van zijn eigen concepten en zich verplaatsen in leerstrategieën van anderen;
  • kan relativeren;
  • heeft inzicht in het leren en de leerstijlen van volwassenen;
  • is getraind in het stimuleren en motiveren van volwassenen en studenten;
  • kan collega’s stimuleren en motiveren om werkzaamheden binnen de academische basisschool op te pakken, zich daarin te professionaliseren en zich daarin verder te ontwikkelen;
  • heeft inzicht in de competenties van betrokken collega’s en onderneemt daarop actie om dit te verbeteren;
  • heeft een visie op de academische basisschool en probeert dit te realiseren.


5. Kartrekker onderwijsinnovatie (basisschool)
Taken

  • stelt een plan van aanpak op over de onderwijsinnovatieactiviteiten die gedaan worden op de school. Stemt deze af met de directie, de coördinator academische basisschool, coördinator onderzoek en de andere betrokkenen binnen de academische basisschool;
  • motiveert, stimuleert, informeert, leidt en begeleidt de betrokkenen bij de uitvoering van de innovatieactiviteiten;
  • neemt relevante literatuur door, dat nodig is om deze rol goed te kunnen vervullen;
  • organiseert waar nodig externe ondersteuning, passende in het plan;
  • overlegt met de andere scholen binnen de dieptepilot met het zelfde ontwikkelthema, zodat afstemming en van elkaar leren kan plaatsvinden;
  • Is aanspreekpunt voor externe partners en geïnteresseerden als het gaat om de onderwijsinnovatieactiviteiten op de school.


Competenties

  • heeft inzicht in het opzetten van een projectplan;
  • kan goed communiceren;
  • kan vertrouwen geven;
  • beschikt over elementaire gespreksvaardigheden en vraagtechnieken;
  • kan afstand nemen van zijn eigen concepten en zich verplaatsen in leerstrategieën van anderen;
  • kan relativeren;
  • kan constructieve feedback geven;
  • heeft inzicht in het leren en de leerstijlen van volwassenen;
  • weet de normen en waarden en de identiteit van de school op de juiste manier ter sprake te brengen en te laten ervaren;
  • is getraind in het stimuleren en motiveren van volwassenen;
  • kan collega’s stimuleren en motiveren om zich in te zetten voor onderwijsinnovatie op allerlei terreinen;
  • heeft inzicht in de competenties van betrokken collega’s en onderneemt daarop actie om dit te verbeteren;
  • heeft een eigen visie op onderwijsinnovatie op de eigen school en geeft hieraan invulling, binnen de mogelijkheden van de school.


6. Coördinator onderzoek (basisschool)
Taken

  • stelt een plan van aanpak op over de onderzoeks-activiteiten die gedaan worden op de school door de leerkrachten en de studenten van de opleiding. Stemt deze af met de directie, de coördinator academische basisschool en de andere betrokkenen binnen de school;
  • motiveert, stimuleert, informeert, leidt en begeleidt de betrokkenen bij de uitvoering van de onderzoeks-activiteiten;
  • neemt relevante literatuur door, dat nodig is om deze rol goed te kunnen vervullen;
  • organiseert waar nodig externe ondersteuning, passende in het plan;
  • overlegt met de andere scholen binnen de dieptepilot over de onderzoeksactiviteiten, zodat afstemming en van elkaar leren kan plaatsvinden;
  • zorgt voor scholing en ondersteuning door de externe onderzoeksinstelling;
  • zorgt dat er onderzoek kan plaatsvinden op de eigen school door de onderzoeksinstelling en zorgt voor maximale betrokkenheid van teamleden hierbij;
  • heeft inzicht in de competenties van betrokken collega’s en onderneemt daarop actie om dit te verbeteren;
  • Is aanspreekpunt voor externe partners en geïnteresseerden als het gaat om de onderzoeksactiviteiten op de school.


Competenties

  • heeft inzicht in het opzetten van een projectplan;
  • kan goed communiceren;
  • kan vertrouwen geven;
  • beschikt over elementaire gespreksvaardigheden en vraagtechnieken;
  • kan afstand nemen van zijn eigen concepten en zich verplaatsen in leerstrategieën van anderen;
  • kan relativeren;
  • kan constructieve feedback geven;
  • heeft inzicht in het leren en de leerstijlen van volwassenen;
  • weet de normen en waarden en de identiteit van de school op de juiste manier ter sprake te brengen en te laten ervaren;
  • is getraind in het stimuleren en motiveren van volwassenen;
  • kan collega’s stimuleren en motiveren om zich in te zetten voor onderwijsonderzoek op allerlei terreinen;
  • heeft inzicht in de competenties van betrokken collega’s en onderneemt daarop actie om dit te verbeteren;
  • heeft een eigen visie op onderwijsonderzoek op de eigen school en geeft hieraan invulling, binnen de mogelijkheden van de school.

 

7. Stagebegeleider vanuit de PA (lerarenopleiding)
Taken in het kader van begeleiding van studenten

  • A. Algemene begeleiding van alle studenten
        • bereidt de stage voor op de opleiding
        • begeleidt de student in de stage (5 uur per student, dit aantal is uitgangspunt bij het begeleiden van studenten in de      stage);
        • de stagebegeleider komt minimaal 1 keer per periode op de stageschool in het kader van het begeleiden van de student;
        • komt in voorkomende gevallen, waarbij sprake is van extra begeleiding, op verzoek van de student/coach/oplisser     meerdere malen op de stageschool voor een bezoek en een gesprek;
        • brengt de studieloopbaanbegeleider op de hoogte van de studievoortgang van de desbetreffende student;
        • brengt de stagecoördinator van de PA, (Delicia Liu), op de hoogte van het afbreken van een stageperiode of het   verwisselen van een stageschool van de desbetreffende student;
         • verleent extra begeleiding aan studenten (buiten de coach), indien noodzakelijk.
  • B. Eindbeoordeling van producten van studenten die stage lopen (geen ontwikkelopdracht)
        Stageverslag:
        • beoordeelt de reflectie op de stage / het onderzoeksrapport;
        • houdt met de student een afrondend gesprek waarbij het definitieve cijfer voor de stage / het onderzoek wordt     vastgesteld. In geval van uiteenlopende beoordeling tussen stageschool en stagebegeleider overlegt de stagebegeleider met de oplisser.
  • C. Begeleiding van de oplisser
        • fungeert als aanspreekpunt voor de oplisser;
        • voert gesprekken met de oplisser over de gang van zaken zoals functioneren van de studenten, coachcursus, en inhoudelijke zaken t.a.v. werkplekleren;
        • optioneel: heeft intervisie met oplissers als er sprake is van meerdere oplissers binnen zijn werkgebied (minimaal 2x per cursusjaar).
  • D. Organisatie van de plaatsing
        • volgt de gemaakte afspraken volgens bezoek- en gespreksrooster gemaakt door de oplisser,
            - stagebegeleider-oplis,
            - stagebegeleider-coach-student (na overleg met betrokkenen inplannen).
  • E. Kwaliteitsbeleid
        • evalueert jaarlijks, aan het eind van het cursusjaar, (mondeling/schriftelijk) de stageperioden met oplissers, n.a.v. van te voren opgestelde criteria.
        • neemt relevante literatuur door die nodig is voor de eigen professionaliteit;
        • houdt administratie bij;
        • legt dossiers aan.
  • F. Inhoudelijke en organisatorische afstemming tussen basisschool en PA
        • heeft regelmatig contact (minimaal 1x per periode=4 x per jaar) met de oplis over o.a. de studenten;
        • kan gebruik maken van de help-desk van de PA in de vorm van mail en telefonisch contact
        • overlegt eventueel met de coördinator werkplekleren van de PA


Taken stagebegeleider in het kader van relatiebeheer
Om relatiebeheer vorm te geven maakt de stagebegeleider in het voorjaar een afspraak met de directie en het gesprek is gericht op een positieve relatie tussen de stageschool en de opleiding. In het gesprek is de “werving van stageplaatsen” een onderwerp. Onderwerp van het overleg met de academische basisscholen is eveneens het vaststellen van de ontwikkelthema’s voor het komende jaar en de onderzoeksthema’s. Deze worden vervolgens intern gecommuniceerd op de PA, zodat
de matching van studenten goed kan plaatsvinden.
Daarnaast onderscheiden we diverse soorten contact:

  • tussen PA en stageschool
  • tussen stagebegeleider en oplis/coach
  • tussen stagebegeleider en team stageschool
  • tussen stagebegeleider en studenten van de stageschool

Competenties

  • heeft inzicht in het opzetten van een projectplan;
  • kan goed communiceren;
  • kan vertrouwen geven;
  • beschik over goede gespreksvaardigheden en vraagtechnieken;
  • kan afstand nemen van zijn eigen concepten en zich verplaatsen in leerstrategieën van anderen;
  • kan relativeren;
  • kan constructieve feedback geven;
  • heeft inzicht in het leren en de leerstijlen van volwassenen;
  • houdt zijn eigen vakgebied van het begeleiden van studenten bij;
  • is getraind in het stimuleren en motiveren van jong volwassenen en volwassenen;
  • beheerst de grondbeginselen van conflicthantering;
  • kent het PA-curriculum en weet deze flexibel toe te passen in het begeleiden en beoordelen van studenten;
  • kan competentie-gericht begeleiden;
  • kent de cultuur en competenties van de scholen en de PA en weet hier dusdanig mee om te gaan dat er een coöperatieve samenwerking ontstaat.
  • heeft een eigen visie op het begeleiden van studenten en geeft hieraan invulling, binnen de mogelijkheden van de PA en de betrokken studenten en scholen
  • heeft kennis van de vormgeving van academische basisscholen.

 

8. Studieloopbaanbegeleider vanuit de PA

De studieloopbaanbegeleider begeleidt de student in haar/zijn studieloopbaan. Gedurende de gehele PA-opleiding wordt de student gevolgd in zijn ontwikkeling. Door het regelmatig voeren van gesprekken met de student, het doornemen van schriftelijke beoordelingen en verslagen worden vorderingen in kaart gebracht. Naar aanleiding daarvan wordt de student gemotiveerd en gestimuleerd om zijn eigen studieloopbaan goed vorm te geven. Hierbij wordt rekening gehouden met de persoonlijke capaciteiten en wensen van de student.

Taken

  • reflecteert, samen met de student, op het functioneren van de student;
  • stelt, samen met de student het POP op;
  • bespreekt het POP met de student;
  • bespreekt de leerdoelen voor de praktijk met de coach;
  • heeft inzicht in het portfolio van de student.
  • Competenties
  •  heeft inzicht in het opzetten van een projectplan;
  • kan goed communiceren;
  • kan vertrouwen geven;
  • beschikt over goede gespreksvaardigheden en vraagtechnieken;
  • kan afstand nemen van zijn eigen concepten en zich verplaatsen in leerstrategieën van anderen;
  • kan relativeren;
  • kan constructieve feedback geven;
  • heeft inzicht in het leren en de leerstijlen van volwassenen;
  • weet dusdanig zicht te krijgen en houden op de ontwikkeling van zijn/haar toegewezen studenten, zodat deze de PA-opleiding binnen zijn kunnen kan doorlopen;
  • houdt zijn eigen vakgebied van het begeleiden van studenten bij;
  • is getraind in het stimuleren en motiveren van jong volwassenen en volwassenen;
  • beheerst de grondbeginselen van conflicthantering;
  • kent het PA-curriculum en weet deze flexibel toe te passen in het begeleiden en beoordelen van studenten;
  • kan competentie-gericht begeleiden;
  • kent de cultuur en competenties van de scholen en de PA en weet hier dusdanig mee om te gaan dat er een coöperatieve samenwerking ontstaat.
  • heeft een eigen visie op het begeleiden van studenten en geeft hieraan invulling, binnen de mogelijkheden van de PA en de betrokken studenten en scholen
  • heeft kennis van de vormgeving van academische basisscholen.


9. Directeur van de academische basisschool

De directeur heeft geen directe taak in de begeleiding met de oplisser, coach en stagiair. De directeur blijft echter eindverantwoordelijke en zal bij disfunctioneren van een student hierover contact opnemen met de oplisser en de student. De directeur is eveneens eindverantwoordelijke voor alle activiteiten die gedaan worden in het kader
van de academische basisschool. Hij/zij heeft daarbij nauw contact met de coördinator academische basisschool, de oplisser, de coördinator onderzoek en de kartrekker onderwijsinnovatie.

Taken

  • overlegt met student en oplisser over een geschikte werkplek;
  • geeft voorlichting aan ouders over de gang van zaken binnen de academische basisschool;
  • stuurt zijn/haar team aan bij alle activiteiten op het terrein van de academische basisschool: opleiden van studenten, doen van onderzoek en onderwijsinnovatie;
  • overziet de consequenties voor de schoolorganisatie en anticipeert op mogelijke problemen;
  • bespreekt bij disfunctioneren het probleem met de betrokkene(n), bijvoorbeeld: de student, de oplisser, de coach begeleiding en de coach onderzoek.
  • zorgt voor facilitering in tijd en middelen voor alle betrokkenen in het kader van de academische basisschool m.b.t. het uitvoeren van de taak en deskundigheidsbevordering;
  • draagt zorg voor de organisatie van de academische basisschool;
  • hij/zij houdt geregeld functioneringsgesprekken/beoordelingsgesprekken met alle teamleden, zo ook met de betrokkenen binnen de academische basisschool;
  • is eindverantwoordelijke voor de realisering en borging van de academische basisschool op de eigen school;
  • is vervanger van de coördinator academische basisschool;
  • organiseert en neemt deel aan bezoeken in het kader van kennisdeling.


Competenties

  • kan alle teamleden motiveren;
  • is in staat een confrontatiegesprek te voeren met volwassenen;
  • hout zich op de hoogte van alle ontwikkelingen op het terrein van onderwijsinnovatie, onderwijsonderzoek en de academische basisschool;
  • heeft zicht op veranderprocessen bij volwassenen en weet hieraan dusdanig vorm te geven, dat de realisering en borging van de academische basisschool vorm krijgt;
  • heeft zicht op onderwijsinnovatieprocessen en geeft hieraan vorm binnen de eigen schoolcontext;
  • heeft leidinggevende en organisatorische kwaliteiten.


10. Team van de academische basisschool
Taken

  • een teamlid is bereid tot acceptatie en samenwerking met de student;
  • wil vraagbaak voor de student zijn;
  • heeft een positieve, helpende opstelling t.o.v. de student;
  • weet in grote lijnen hoe het curriculum van de PA met de diverse stageperiodes van de studenten eruit ziet;
  • adviseert oplisser, coaches en directeur over en bij alle activiteiten op het terrein van de academische basisschool.


Competenties

  • kan vertrouwen geven aan student;
  • kan omgaan met groepsprocessen;
  • beschikt over een gedeelde visie op het onderwijs op de academische basisschool;
  • kan samenwerken in een leergemeenschap. Taken van het onderzoekende teamlid:
  • doet samen met andere teamleden of met een of meer studenten of alleen praktijk gericht onderzoek ten behoeve van het onderwijs op de school;
  • laat zich scholen en begeleiden in de uitvoering van praktijkgericht onderzoek;
  • overlegt intern met andere teamleden en de kartrekker onderzoek over de onderzoeksactiviteiten binnen de school;
  • begeleidt studenten bij het doen van onderzoek;
  • implementeert de resultaten van het onderzoek in zijn/haar eigen onderwijspraktijk. Taken van het teamlid dat betrokken is bij onderwijsinnovatie
  • werkt samen met andere teamleden of met een of meer studenten of alleen aan onderwijsinnovatie ten behoeve van het onderwijs op de school;
  • laat zich scholen en begeleiden in de uitvoering van de innovatie-activiteiten;
  • overlegt intern met andere teamleden en de kartrekker onderwijsinnovatie over de innovatieactiviteiten binnen de school;
  • verbetert het onderwijs binnen zijn school op systematische wijzen, door vooraf het probleem te analyseren, van daaruit de onderwijsverbetering in gang te zetten en vervolgens te evalueren of de verbetering daadwerkelijk is geslaagd;
  • implementeert de vernieuwing in zijn/haar eigen onderwijspraktijk. Extra competenties van deze teamleden
  • heeft zich geprofessionaliseerd (of is hier mee bezig) in de benodigde vaardigheden om respectievelijk onderzoek te doen, dan wel te innoveren.


11. De onderwijsbegeleider (extern)
Taken

  • richt zich m.n op de ondersteuning van het team;
  • ondersteunt het team bij de uitvoering van het schoolontwikkelingsplan;
  • informeert de oplisser en de student over het schoolontwikkelingsplan;
  • overlegt met oplisser en team wat de rol en taak van de student zal zijn m.b.t. het schoolontwikkelingsplan;
  • ondersteunt in overleg met de werkplekcoach en oplisser activiteiten van de student in het kader van het schoolontwikkelingsplan;
  • stemt activiteiten van de student in het kader van het schoolontwikkelingsplan af met de werkplekcoach, oplisser en pabo. 
  • Competenties
  • kan omgaan met teams;
  • heeft inzicht in het opzetten van schoolontwikkelingsplannen en het begeleiden van schoolontwikkelingsprocessen;
  • heeft begeleidingsvaardigheden;
  • beschikt over een visie op opleiden in school en weet hoe dat succesvol te combineren is met 
  • schoolontwikkeling;
  • heeft kennis van diverse schoolontwikkelingsonderwerpen;
  • weet de taken en competenties van de diverse actoren te benoemen en in te zetten;
  • kan werken in projecten.


12. Student academische basisschool
Taken

  • volgt zijn opleiding tot leraar basisonderwijs bij de opleiding, en doorloopt het programma, waarbij hij/zij veel eigen initiatief heeft en betrokkenheid toont;
  • werkt tijdens de praktijkactiviteiten op de academische basisscholen aan activiteiten en opdrachten aangedragen vanuit de opleiding, en aan activiteiten die voortkomen uit
  • leervragen die zich voordoen binnen de opleidingsschool;
  • doet praktijk gericht onderzoek samen met andere studenten of teamleden en draagt daardoor bij aan de verbetering van het onderwijs;
  • evalueert en reflecteert n.a.v. het onderzoek t.o.v. de praktijk;
  • werkt mee aan onderwijsinnovatie binnen de opleidingsschool, samen met andere studenten en of teamleden en draagt daardoor bij aan de verbetering van het onderwijs.
  • Competenties
  • kan omgaan met leerkrachten van de stage school, medestudenten en leerlingen;
  • is initiatiefrijk, gemotiveerd en leergierig;
  • kan werken conform een van te voren opgesteld plan;
  • laat zich scholen in onderzoeksvaardigheden;
  • laat zich scholen in het onderwijsontwikkelthema;
  • is ontvankelijk voor opbouwende feedback;
  • kan op zijn eigen werk reflecteren, dan wel ontwikkeld zich hierin;
  • heeft goede communicatieve en sociale vaardigheden, dan wel ontwikkeld zich hierin. 


13. Begeleider van de onderzoeksinstelling
Taken

  • verzorgt een basismodule en verdiepingsmodule in het leren ontwerpen van onderzoek voor docenten van de PA en leerkrachten van de basisscholen;
  • verzorgt een module 'begeleiding van de onderzoekende leerkracht/student';
  • coördineert onderzoek en ondersteunt de academische scholen in het worden van een academische school;
  • doet onderzoek t.b.v. onderwijsontwikkelings-onderwerp (thema);
  • geeft leiding aan de werkgroep 'coördinatorenonderzoek' en bepaalt in overleg met de projectleider de agenda van deze werkgroep. 


14. Begeleider onderzoek vanuit de PA
Taken

  • begeleidt de student bij het doen van praktijk gericht onderzoek voor en op de academische basisschool;
  • volgt de student in haar/zijn onderzoekswerkzaamheden;
  • beoordeelt het onderzoeksrapport van de student;
  • overlegt met de stagecoach van de PA (mocht dit een andere collega zijn), de coach onderzoek, de kartrekker onderzoek en de student over de voortgang en over het onderzoeksrapport;
  • neemt deel aan de werkgroep 'coördinatorenonderzoek'.


15. Onderzoeker vanuit de onderzoeksinstelling
Taken

  • stelt aan de hand van het onderzoeksonderwerp een onderzoeksplan op met onderzoeksvragen en planning;
  • doet onderzoek met diverse meetinstrumenten op de academische scholen;
  • vervaardigt de bijbehorende onderzoeksrapporten en communiceert deze met betrokken scholen en andere actoren.