Onze Ambitie

 AOS PO Noord-Nederland; Ambitieus aan de slag 


Vanaf het voorjaar 2007 zijn we met 4 schoolbesturen voor openbaar onderwijs in Groningen, Veendam, Scheemda en Tynaarlo, de PA van de Hanzehogeschool, het UOCG, de KPC Groep[1] en 9 basisscholen gestart met het ontwikkelen van de Academische Opleidingsschool PO Noord-Nederland. De afgelopen jaren hebben we intensief en enthousiast samengewerkt om vorm en inhoud te geven aan onze Academische Opleidingsschool PO Noord-Nederland.

In februari 2010 heeft het KPMG, in opdracht van OC&W, een rapport gepubliceerd waarin zij hun visie op de Academische Opleidingsschool verwoorden in de vorm van drie typologieën te weten:

  • De Academische Opleidingsschool als opleidingssplaats;
  • De Academische Opleidingsschool als onderzoeksplek;
  • De Academische Opleidingsschool als kenniscentrum.

Volgens KPMG moet er ' een stelsel van academische opleidingsscholen bestaan dat bestaat uit academische opleidingsscholen van alle typen waarbij we ervan uitgaan dat alle geaccrediteerde opleidingsscholen de kenmerken van type 1 hebben. Een aantal academische opleidingsscholen ontwikkelt zich door tot type 2, een nog kleiner aantal tot type 3. '

Eind 2010 hebben de leden van de onze stuurgroep en de coördinatoren AOS zich gebogen over de door het KPMG ontwikkelde typologieën, om helder te krijgen welk type Academische Opleidingsschool het beste past bij onze ambitie.

Per dimensie hebben we vastgesteld wel type volgens ons wenselijk en haalbaar is. We kunnen concluderen dat voor het grootse deel  van de dimensies geldt dat we goede mogelijkheden zien ons door te ontwikkelen tot 'de Academische Opleidingsschool als  kenniscentrum' met als opmerking dat het vormen van een juridische entiteit door alle betrokkenen als niet haalbaar en gewenst wordt aangemerkt.

Hieronder geven we per dimensie aan waar onze ambitie ligt.

 Algemeen

  • Onze Academische Opleidingsschool in onderdeel van de opleidingsschool waar studenten en zittend personeel onderzoek doen.
  • Wij leiden studenten op 'voor de markt'.
  • De lerarenopleiding heeft een eigen curriculum. De opleiders in school, coördinatoren onderzoek en de onderzoeksinstelling (RUG faculteit Gedrags en Maatschappijwetenschappen) denken mee over de ontwikkeling van het curriculum.
  • Medewerkers hebben een aanstelling bij hun eigen instelling. Om optimaal gebruik te maken van de aanwezige competenties  worden  medewerkers ingezet worden voor opdrachten bij een andere instelling. Een voorbeeld hiervan is het geven van gastcolleges aan PA-studenten, verzorgd door leerkrachten  van een academische basisschool.


Onderzoek en opleiden

  • Onderzoek en opleiden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.  Onderzoek maakt een groot deel uit van het curriculum van de student. De inhoud en studiebelasting van het deel onderzoek binnen het curriculum is opnieuw  vastgesteld.
  • De eisen van de opleiding en het uit te voeren onderzoek zijn voldoende op elkaar afgestemd. De verplichte opleidingsaspecten zijn geïntegreerd in het onderzoeksprogramma van de academische basisschool. Onderzoek en opleiding zijn hierdoor nauw met elkaar verbonden.
  • De inhoud van het onderzoek is afhankelijk van de onderwerpen die relevant zijn voor de schoolontwikkeling  van de academische basisschool en van onderwerpen die studenten in het kader van hun opleiding moeten en willen onderzoeken.  Daarnaast wordt op de academische basisscholen ook onderzoek gedaan gerelateerd aan onderwerpen op de regionale en/of landelijke beleidsagenda. In dit laatste geval is de onderzoeksinstelling  'eigenaar'  van het onderzoek.
  • Binnen onze AOS vindt voornamelijk praktijkgericht onderzoek plaats. De frequentie van uitvoering van praktijkgericht onderzoek ten dienste van breder wetenschappelijk onderzoek en gecombineerd met fundamenteel wetenschappelijk onderzoek ligt beduidend lager. Door de samenwerking met de Academische Lerarenopleiding te intensiveren willen de academische basisscholen vaker participeren in fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Binnen de academische basisschool ligt de focus vooral op praktijkgericht onderzoek.


De betrokken stakeholders

Student:

  • Iedere student wordt in staat gesteld binnen de lerarenopleiding te kiezen voor het traject 'AOS'
  • Deze student doet zelfstandig of in groepsverband onderzoek binnen de academische basisschool. Soms maakt de student deel uit van de onderzoeksgroep van de basisschool.

Docent/leerkracht:

  • De docent die op de lerarenopleiding de onderzoekende student begeleidt heeft een masterdegree behaald.
  • De leerkracht op de academische basisschool die de onderzoekende student en de onderzoekende leerkracht begeleidt (coördinator onderzoek), heeft de verdiepingscursus onderzoeksvaardigheden voltooid en de training 'begeleiden van onderzoek' gevolgd.
  • Binnen de academische opleidingsschool  zijn er ten minste twee coördinatoren onderzoek  die een masteropleiding (bij voorkeur leren en innoveren) hebben afgerond.
  • Ieder academische basisschool zorgt ervoor dat er voldoende leerkrachten  geschoold zijn in het doen van praktijkgericht onderzoek. 
  • Alle leerkrachten in vaste dienst die werkzaam zijn op een academische basisschool hebben de cursus 'kennismaking met onderzoek' gevolgd.

Basisschool:

  • De academische basisscholen investeren in het opleiden van studenten en realiseren een leeromgeving waar de student in staat gesteld wordt onderzoek te doen. De academische basisscholen kunnen ervoor kiezen onderzoek uit te voeren of deel te nemen aan onderzoek dat het schoolbelang overstijgt en bijdraagt aan wetenschappelijke ontwikkeling. Dit type onderzoek kan echter niet zonder extra faciliteiten plaatsvinden.

Lerarenopleiding:

  • De uitvoering van een groot deel van het onderzoeksmatige deel van de lerarenopleiding vindt voor AOS-studenten op de basisschool plaats.
  • De lerarenopleiding en onderzoeksinstelling werken samen om de kwaliteit van de onderzoeken gedaan door studenten en/of leerkrachten van de academische basisschool, te borgen.

De onderzoeksinstelling:

  • De onderzoeksinstelling zoekt verschillende scholen die zich willen ontwikkelen ten aanzien van onderzoek dat door de onderzoeksinstelling wordt uitgevoerd. Zij zorgt vervolgens voor het begeleiden van de onderzoekers (leraren en studenten) op de basisscholen. Daarnaast richten ze een deel van hun capaciteit op het destilleren van breder generaliseerbaar resultaat uit  de onderzoeken op de academische basisscholen.

Verantwoordelijkheidsverdeling

  • De lerarenopleiding is verantwoordelijk voor de opleiding van studenten.
  • De academische basisschool en lerarenopleiding zijn samen verantwoordelijk voor de aansluiting van onderzoeksprogramma van de lerarenopleiding en onderwijsprogramma van de academische basisschool. De lerarenopleiding is verantwoordelijk voor de begeleiding van het onderzoek dat de AOS-studenten op de basisschool uitvoert.
  • De onderzoeksinstelling is verantwoordelijk voor de begeleiding van het onderzoek dat op de academische basisschool door leerkrachten wordt uitgevoerd. Het uitvoering geven aan deze verantwoordelijkheid verloopt indirect via de coördinatoren onderzoek van de academische basisscholen.
  • De academische basisscholen, lerarenopleiding en onderzoeksinstelling zijn samen verantwoordelijk voor het bewerkstelligen van de regionale functie als kenniscentrum en het leveren van kwalitatief goed onderzoek.

 

Interne organisatie

Samenwerkingsverband:

  • Er is 1 samenwerkingsovereenkomst tussen de schoolbesturen, de lerarenopleiding en de onderzoeksinstelling.

Personeelsbeleid/Arbeidsvoorwaarden:

  • Er is een meerjarige afstemming over personeelsbeleid: functies en taken ten aanzien van onderzoek en begeleiding zijn beschreven en worden gevuld.
  • Medewerkers van de AOS worden in hun rol beoordeeld en de beloningsstructuren zijn hierop aangepast ( ondermeer via de functiemix).

Financiering:

  • De AOS wordt deels gefinancierd door het partnerschap, deels door subsidie voor het in stand houden van de onderwijs- en onderzoeksinfrastructuur en deels door externe geldstromen gegenereerd door uitgevoerd onderzoek.

Kwaliteitszorg:

  • Het onderzoek van  de AOS-studenten als onderdeel van het onderwijsprogramma van de lerarenopleiding wordt geaccrediteerd door de NVAO. De resultaten van dit onderzoek  maken deel uit van de PDCA-cyclus van de academische basisschool.
  • De bewaking van de kwaliteit van het onderzoek uitgevoerd door de leerkracht van de academische basisschool vindt trapsgewijs plaats. Via de coördinator onderzoek  en  vervolgens de 'masterleerkracht' van het samenwerkingsverband is uiteindelijk de onderzoeksinstelling verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderzoek en beslist of het voor externe op interne publicatie geschikt is.
  • Op de kwaliteit van de onderzoeksresultaten van de onderzoeksinstelling wordt via wetenschappelijke kwaliteitsborging toegezien.

Functie AOS in de omgeving:

  • De lerarenopleiding van de  AOS levert studenten op met een onderzoekende houding. 
  • De academische basisscholen hebben een functie voor de onderzoeksinstelling en lerarenopleiding: op de academische basisscholen worden onderzoeken uitgevoerd die passen binnen een breder onderzoeksthema, wat door de onderzoeksinstelling (in overleg met de academische basisschool) wordt onderzocht. Studenten van de lerarenopleiding kunnen participeren in dit onderzoek. Omdat de onderzoeksinstelling de resultaten van onderzoek bundelt en zorg draagt voor breder toepasbare (generaliseerbare) conclusies, heeft de AOS een functie voor andere scholen en wetenschappelijke ontwikkeling.
  • Basisscholen kunnen een onderzoeksvraag bij de AOS indienen, mits hier facilitering tegenover staat.
  • De resultaten van onderzoek worden binnen de AOS middels de website verspreid. Daar waar wenselijk is draagt de onderzoeksinstelling en lerarenopleiding zorg voor verdere bewerking van de onderzoeksresultaten en legt deze vast in publicaties bestemd voor regionale of landelijke verspreiding.

 

[1] Heeft in 2010 het projectleiderschap overgedragen en participeert niet meer in het project